NIET BIJ DE PACTEN BLIJVEN ZITTEN

09/07/02 - Vlaams ABVV en ACV willen op de vooravond van de 11-julivieringen hun prioriteiten voor de rest van de regeerperiode, en in het bijzonder voor de begroting 2003, onderlijnen.


Het debat n.a.v. 11 juli moet in de eerste instantie een debat zijn over de vraag welk Vlaanderen wij willen. Dat is voor de werknemers een veel belangrijker vraagstuk dan het debat over extra-bevoegdheden voor Vlaanderen, waarin fundamentele solidariteitsmechanismen telkens opnieuw in vraag worden gesteld.

De werknemers willen dat de Vlaamse overheid, samen met het representatieve middenveld, de toekomst voorbereidt en tegelijk een antwoord biedt op hun actuele problemen en verwachtingen: de stijgende werkloosheid, de werkonzekerheid omwille van de herstructureringen, de behoefte aan extra-zorgvoorzieningen, de ongelijkheden in onderwijs- en vormingskansen…

De vraag “welk Vlaanderen wij willen” heeft in hoofdlijnen een antwoord gekregen in het Pact van Vilvoorde, van november 2001. Het werd onderschreven door de Vlaamse regering, de sociale partners en de milieuorganisaties. Zo men wil kan de Vlaamse regering dit debat nog jarenlang dunnetjes blijven overdoen, in veel varianten: met conferenties, rondetafels, internetconsultaties, barnumcampagnes, een Forum 21,…

Voor Vlaams ACV en ABVV primeert de concrete vertaling van de lange-termijndoelstellingen van Vilvoorde in concreet beleid. Het Pact van Vilvoorde moet dringend worden vertaald in doelstellingen op middellange termijn, in ambitieuze actieplannen en in handelen op korte termijn. Hierover moet dringend overleg starten in VESOC. Het Pact moet zijn vertaling krijgen in de budgettaire prioriteiten voor 2003. Het zal in de herfst ook zijn vertaling moeten krijgen in een nieuw Vlaams werkgelegenheidsakkoord, met eigen engagementen van het bedrijfsleven en een flankerend beleid van de overheid.

Het Pact van Vilvoorde beoogt volledige werkgelegenheid in 2010, dit is een daling van de werkloosheid beneden de 4 %. De werkloosheid is het afgelopen jaar echter gestegen met 10,9 procent. Het aantal uitkeringsgerechtigde volledig werklozen zelfs met 15,6%. Het spoedige herstel van de economie en de arbeidsmarkt blijkt wishful thinking. Vlaams ABVV en ACV vragen opnieuw met nadruk dat de Vlaamse regering terzake zijn verantwoordelijkheid neemt, in het bijzonder door:
- meer middelen voor begeleiding en opleiding van werklozen, zoals Europa het wil, i.p.v. de VDAB op te zadelen met een tekort dat verplicht het activerend beleid af te bouwen: sluitende preventieve aanpak (i.p.v. een niet-bereik van 30 à 40 %) aangevuld met curatieve begeleiding van de langdurig werklozen; in 2004 10 % van de werklozen in opleiding (i.p.v. 7.5 % nu), zoals voorgesteld door VESOC;
- een krachtiger initiatief naar achtergestelde groepen op de arbeidsmarkt, met eigen engagementen van de bedrijfswereld;
- in het bijzonder meer inspanningen naar ouderen, allochtonen en arbeidsgehandicapten:
- het VESOC-actieplan naar allochtonen moet worden aangescherpt, met ook extra-budgetten voor inburgeringstrajecten en taalopleidingen (NT2);
- in het najaar moeten er ook krachtige VESOC-actieplannen komen voor ouderen en arbeidsgehandicapten.

Het Pact van Vilvoorde beoogt in 2010 een toereikend, kwaliteitsvol en betaalbaar zorgaanbod. Vandaag blijven tal van zorgbehoeften onvervuld. De komende jaren zal de zorgbehoefte toenemen. Men kan niet in het Pact de verhoging van de werkzaamheidsgraad bepleiten en tegelijk alles verwachten van mantelzorg. De actuele en toenemende zorgbehoeften moeten dan ook – jaar na jaar en dus ook in 2003 - worden beantwoord door een uitbouw van professionele zorg, in kwaliteitsvolle banen. Vanuit de werknemers is er daarbij een concrete verwachting naar uitbouw van buitenschoolse en van flexibele kinderopvang, in autonome voorzieningen met reguliere statuten (i.p.v. gesco-contracten).
De toekomst moet worden voorbereid door een versterking van de zorgverzekering, met een financiering naar draagkracht en een besteding onder onafhankelijke controle en binnen de budgettaire perken.

Het Pact van Vilvoorde beoogt in 2010 een aanzienlijke vooruitgang inzake onderwijs en permanente vorming: halvering van het aantal ongekwalificeerde schoolverlaters, substantiële democratisering van het onderwijs, minstens 1 op 10 volwassenen in opleiding, minder dan een kwart laaggeletterden… Dit krijgt ruim onvoldoende opvolging. Voor de jongeren is nog de vraag wat de Rondetafel voor het leerplichtonderwijs werkelijk gaat opleveren.
Voor volwassenen, zeker de laaggeschoolden, zal meer nodig zijn dan het voorliggende actieplan “Een leven lang leren” en een sensibiliseringsweek in september (Grote Leerweek).

Vlaams ACV en ABVV vragen concreet:

- een hard actieplan om het recht op een startkwalificatie voor alle schoolverlaters waar te maken, gekoppeld aan een nieuwe democratiseringsstrategie;
- een versterking van het studietoelagenstelsel: voor het secundair onderwijs verhoging van de bedragen en een optrekking van de inkomensgrenzen;
- een ambitieuze inhaaloperatie inzake levenslang leren, prioritair gericht op wie vandaag is achtergesteld inzake vormingkansen. Dit vereist meer middelen, maar ook het zo doelmatig en rechtvaardig mogelijk inzetten ervan, via één Opleidingsfonds, niet enkel voor bedrijfsopleidingen, maar ook voor eigen initiatieven van werknemers en werkzoekenden.

Het Pact van Vilvoorde beoogt in 2010 een betere kwaliteit van arbeid en loopbanen en globaal een verhoging van de werkbaarheidsgraad. Dit is onverenigbaar met het verguizen van de onthaasting door liberale en werkgeverskringen. Meer evenwicht tussen arbeid en niet-arbeid wordt trouwens een kritische succesfactor voor de verhoging van de werkzaamheidsgraad. Daarom ook moet het Vlaamse premiestelsel voor tijdkrediet en loopbaanvermindering verder worden versterkt. Dit vereist minstens een herstel van het in VESOC afgesproken budget vanaf 2003 (21,5 miljoen euro).

Vlaams ACV en ABVV beseffen dat de ruimte voor nieuw beleid beperkt is. Zij willen die daarom maximaal voorbehouden voor hun sociale klemtonen.
Er is in elk geval geen ruimte meer voor bijkomende belastingverlagingen die niet gecompenseerd worden aan de inkomstenzijde. Die piste is de voorbije jaren reeds ruimschoots aan bod gekomen. De budgettaire impact van een aantal maatregelen, zoals de verlaging van de registratierechten, wordt overigens onderschat. Indien hiermee rekening wordt gehouden, dan werd reeds één vierde van de beleidsruimte tijdens deze legislatuur ingenomen door belastingverlagingen.
We zijn om die reden dan ook niet akkoord met de aangekondigde korting op de personenbelasting voor de financiering van risicokapitaal voor startende en doorgroeiende bedrijven (via de zogenaamde SBIC’s). Risicokapitaal wordt in ons land al sterk gestimuleerd, vermits er geen belasting is op meerwaarden. Uit studies (Planbureau, Merrill Lynch,…) blijkt bovendien dat starters in Vlaanderen, meer dan in andere landen, het nodige risicokapitaal vinden. De doelmatigheid van die maatregel is bijzonder twijfelachtig. De verwachte kostprijs (50 miljoen euro minderinkomsten) is buiten alle proporties.

Door sommige ministers werden al verlanglijstjes kenbaar gemaakt, onder meer ten gunste van innovatiebeleid en bodemsanering. Vlaams ABVV en ACV zijn het ermee eens dat voor dergelijke maatschappelijke noden meer geld uit de algemene middelen zou worden bestemd. Dit mag er evenwel niet toe leiden dat het bedrijfsleven vrijuit gaat. Wanneer de gemeenschap inspanningen levert, moeten er garanties zijn voor een gelijktijdige inspanning van het bedrijfsleven.

Om de bovenvermelde prioriteiten te realiseren,willen we ook als vakbonden onze verantwoordelijkheid opnemen. Binnenkort starten de onderhandelingen voor een nieuw Vlaams werkgelegenheidsakkoord voor 2003-2004. Van de Vlaamse regering verwachten we dat ze opnieuw ruimte vrijmaakt voor een flankerend beleid, in te vullen via overleg in het VESOC.

Dit VESOC-overleg is trouwens aan een herwaardering toe. Het is misschien wel een sociaal overlegcomité, maar veel te weinig een sociaal én economisch overlegcomité. Dossiers als het ondersteuningsbeleid voor sectoren en ondernemingen, de toekomst van het subregionaal economisch beleid, het preventief beleid, onderzoek en ontwikkeling, stimuleren van risicokapitaal, impulsen voor maatschappelijk verantwoord ondernemen …staan zelden of nooit op de agenda van het overleg tussen overheid en sociale partners. We vragen aan de regering ,maar ook aan de werkgeversorganisaties, dat structureel overleg in de plaats komt van onderonsjes tussen Minister van Economie en werkgeversorganisaties.

Ook de toekomstige structurering van het overleg- en advieslandschap moet dringend opnieuw op de VESOC-agenda komen. In het bijzonder moet:
- er via VESOC-overleg dringend klaarheid komen over de toekomst van de STC’s en de streekplatformen, in het kader van het kerntakendebat. Vlaams ACV en ABVV pleiten voor een sterk advies- en overlegorgaan in elke streek voor het sociaal-economische beleid, met – naast de functie van overleg tussen sociale partners - zowel opdrachten naar de lokale besturen als naar de centrale overheid;
- tezelfdertijd ook de inspraak van sociale partners op het lokale vlak worden versterkt ten aanzien van alle lokale dossiers van sociaal-economisch belang.

Contact

  • Jean-Marie De Baene - Diensthoofd - 02 506 82 23

Zoek op trefwoord

Vlaamse Regering

Deze internetsite maakt gebruik van cookies. Dit doen we om uw surfervaring op deze website beter te maken.
U kunt ten alle tijde deze cookies weigeren of verwijderen door de instellingen in uw browser aan te passen.
Meer informatie hierover vindt u op https://www.aboutcookies.org/

Als u gewoon verder surft, geeft u toestemming om deze cookies te gebruiken.