Vlaams ABVV levert SERV-voorzitter 2007

31/01/07 - Caroline Copers, algemeen secretaris van het Vlaams ABVV, zit in 2007 de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) voor. Wat zijn de plannen?


De Vlaamse regering heeft met het project ‘Vlaanderen in Actie’ te kennen gegeven dat ze de tweede helft van haar ambtstermijn niet op haar lauweren wil rusten maar - zeker op het sociaal economisch terrein - een dynamiek wil ontwikkelen.

Het ABVV, en ook de andere sociale partners, ondersteunen deze ambitie. Meer nog: ze ligt in de lijn van onze aanbevelingen en adviezen om Vlaanderen sociaal-economisch op de kaart te houden.

Caroline Copers wil de Vlaamse regering er vooral aan herinneren dat het sociaal economisch beleid hét terrein bij uitstek is van de sociale gesprekspartners.

Caroline Copers: “Daarom verwachten we ook dat het sociaal economisch overleg volop in actie komt, in de eerste plaats via het Vesoc, het Vlaams economisch en sociaal overleg comité.

Als sociale partners zullen we geen afwachtende houding aannemen maar er zeker over waken dat de afgesproken agenda ook daadwerkelijk op tafel komt, zodat het preventief bedrijfsbeleid, het innovatiebeleid, het armoedebeleid en het aangekondigde fiscaal pact met de gemeenten, in het voorjaar echt onderwerp zullen zijn van drieledig overleg.

Rond innovatie hebben we als sociale partners al een gemeenschappelijke (basis)visie uitgewerkt. Recent was dit ook het geval voor de organisatie van het preventief bedrijfsbeleid.”

Een eerste belangrijk dossier voor u als SERV- voorzitter is ongetwijfeld de competentieagenda die u met de regering wil afspreken. Competentieagenda wil zeggen dat zowel op korte als op lange termijn maatregelen moeten genomen worden zodat de vaardigheden van alle werknemers worden ontwikkeld en benut.

Caroline Copers: “We moeten in de eerste plaats nagaan of er onder de sociale gesprekspartners voldoende eensgezindheid is over de voorwaarden en de mogelijke speerpunten van zo’n competentieagenda.

Het is alvast de ambitie van de sociale partners om een aantal signalen en suggesties mee te geven aan het tweejaarlijks sectoraal overleg, vóór dit echt uit de startblokken komt”. 

Sectoroverleg rond regionale materies wint overigens aan belang.

Caroline Copers: “Op het terrein van arbeidsmarktbeleid zijn er nu al convenanten met zowat alle sectoren afgesloten. Binnen de SERV maken we werk van een stuk ervaringsuitwisseling via het netwerken van de sectorconsulenten. En we hebben al een lange traditie op vlak van ontwikkeling van  beroeps(competentie)profielen. Nu we in het licht van de ervaringsbewijzen ook ‘standaarden’ ontwikkelen, worden we op vlak van competentiebeleid een echt expertisecentrum.

Reden te meer om de band met de sectoren nauwer aan te halen. Bovendien kunnen we met de sectorcommissies een rol spelen bij het uitdiepen van onze visie op vlak van innovatie en van industrieel beleid.  We zijn een uitgelezen plaats voor rondetafels en andere toekomstverkenningen”. 

Ook het streekoverleg verdient beter, zegt u.

Caroline Copers: “De hervorming van vroegere STC’s (subregionale tewerkstellingscomité’s) en Streekplatformen tot de nieuwe SERR/RESOC-structuur was veelbelovend maar moet zich nog bewijzen, zeker op het economische terrein.

De opmaak van streekcharters in de komende maanden en het gevolg dat de overheden zullen geven aan sterke projecten zal de proef op de som zijn”.

Kunt u als voorzitter eigen accenten leggen?

Caroline Copers: “Uiteraard moet de SERV- voorzitter rekening houden met de wensen van alle sociale partners in de SERV. Maar ik zal er alleszins voor pleiten volgende accenten te leggen:

1. Diversiteit en gelijke kansen
In het Europese jaar van gelijke kansen mogen wij in Vlaanderen niet achterop blijven, vind ik. Het beleid van evenredige participatie op de arbeidsmarkt en van diversiteit blijven we op de voet volgen, in de eerste plaats via de diversiteitcommissie.

De werkgroepen doen schitterend werk, maar de diversiteitcommissie zelf moet beter uit de verf komen, bijvoorbeeld als forum voor dialoog met de bevoegde ministers en als plaats waar de korte termijn adviesagenda plaats maakt voor bredere beschouwingen, aan de hand van wetenschappelijk onderzoek en buitenlandse voorbeelden.

2. De kwaliteit van arbeid
Dit thema zal ongetwijfeld aan belang winnen en is een uitgelezen terrein om tot win-winsituaties te komen. Met de ‘STV-werkbaarheidsmonitor’ beschikken we over een uniek instrument om de ontwikkelingen in de Vlaamse organisaties en bedrijven op de voet op te volgen.

Nu we dit jaar de resultaten zullen kennen van de tweede meting waaraan 20.000 Vlamingen deelnamen, zullen we voor het eerst trends in kaart kunnen brengen. Bovendien starten we dit jaar ook met een ‘monitoring’ van de werkbaarheid van zelfstandig werk.

Onze ambitie moet verder reiken dan het opvolgen van de ontwikkelingen op macrovlak. We moeten nagaan hoe we ondersteuning kunnen bieden om ook  op sectorniveau en bedrijfsniveau de werkbaarheid in kaart te brengen. De SERV lanceert nu trouwens ook een belangrijke studie rond welzijn en stress op het werk (zie oproep tot deelname in kadertje).

3. Het SERA rapport
Voor de derde maal op rij brengen we dit jaar het tweejaarlijkse Sociaal- economisch rapport, kortweg SERA, uit waarin we de sociaal- economische trends in kaart brengen en inzoomen op een aantal specifieke beleidsthema’s.

Parallel hiermee zullen we een aanbeveling uitbrengen over de cruciale uitdagingen voor het sociaal- economisch beleid waarvan we verwachten dat de Vlaamse regering (verder) werk maakt tijdens de tweede helft van deze legislatuur. Dit kan onder meer via projecten in het kader van ‘ Vlaanderen in actie’.

4. Congres Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen
Wat ‘Vlaanderen in Actie’ (afgekort VIA) betreft, zullen we als sociale partners gezamenlijk een aantal initiatieven nemen via de SERV. In het najaar organiseren we een congres “Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen” samen met alle betrokkenen.

Wat sociale tewerkstelling betreft, verwachten we van de Minister ook een reactie op de aanbevelingen van de Ronde tafel over het eenheidsdecreet ‘sociale en beschutte tewerkstelling’. We willen als sociale partners ook betrokken worden bij de evaluatie van de methodiek “Supported Employment” (ondersteunde arbeid) en de projecten arbeidszorg.

5. Innovatie, ook arbeidsorganisatorische
Rond innovatie hebben we al een gemeenschappelijke basisvisie. Het komt er nu op aan om dit verder te concretiseren zowel in de breedte als in de diepte.

Zo moeten we als SERV nagaan hoe toekomstverkenningen concreet en op een effectieve manier kunnen georganiseerd worden voor de verschillende sectoren binnen de industrie, de diensten en de social profit. Ook moeten we verder invulling geven aan de arbeidsorganisatorische innovatie.

6. Mobiliteit en vervoer
Met de doorstart van de Mobiliteitsraad of MORA, zal een geïntegreerde aanpak mogelijk zijn van de mobiliteitsproblematiek, waarbij de verschillende inzichten aan bod komen en de verschillende ‘stakeholders’ betrokken partij zijn.

Met de MORA in huis - naast de Vlaamse Havencommissie en de Vlaamse Luchtvaartcommissie - hebben we alle troeven in handen om een stevig platform op te bouwen rond het mobiliteit- en vervoersbeleid. Belangrijk aandachtspunt de komende maanden is alvast de snelle opstart van het pendelfonds voor de ondersteuning van innovatieve projecten in het woon- werkverkeer. Overigens verwachten we van de regering nog steeds een vervolg op het maatschappelijk debat in 2005 over het wegenvignet.

7. Ons klimaat
Als SERV hebben we de afgelopen jaren een voortrekkersrol gespeeld bij het debat over het klimaatbeleid. Die rol willen we niet lossen. We willen als SERV ook meewerken aan de voorbereiding van een nieuw Ruimtelijk Structuurplan.

8. De nutsectoren
De SERV is in Vlaanderen hét expertisecentrum op sociaal- economisch gebied. Met de steun van de overheid én dankzij de creativiteit van de SERV-experten zijn we er de afgelopen jaren in geslaagd om steeds nieuwe terreinen aan te boren.

Naast de thema’s die al vermeld werden, was dit recent ook het geval voor alles wat een betere regelgeving betreft.
In die lijn zouden we dit jaar werk kunnen maken van een grondiger analyse van de regulering van nutsectoren. Nutsectoren zoals energie en water hebben niet alleen een belangrijke economische betekenis als omgevingsfactor, maar ook een belangrijke sociaal- maatschappelijke functie.

Regulering via reguleringsinstanties zoals de VREG (dat is de Vlaamse reguleringsinstantie voor de elektriciteit en gasmarkt die ervoor moet zorgen dat die markt efficiënt georganiseerd wordt en werkt) moet die verschillende functies op een transparante en democratische wijze garanderen. Een analyse vanuit internationaal vergelijkend perspectief is hierbij aangewezen.
In opvolging van de SERA-studie over het waterbeleid kan ingezoomd worden op de watersector.

9. De SERV moet ook in 2007 internationaal gaan.
In de eerste plaats moeten we de Vlaamse dossiers globaal benaderen, wat inhoudt dat we ook betrokken moeten zijn op Europees en op het internationale niveau.

Bovendien zullen we de contacten met gelijkaardige instellingen zoals de SER (sociaal economische raad) in Nederland voortzetten en nieuwe contacten uitbreiden (bijvoorbeeld met de SER Kroatië).

En ook dit jaar zullen we een bijdrage leveren op het gebied van ondersteuning van en doorspelen van deskundigheid aan onze zusterorganisaties, meer bepaald in Bulgarije (PHARE) en in Oekraïne (IAO).

10.  Overleg met de strategische adviesraden
Dit jaar zouden ook alle Strategische Adviesraden (SAR’s) operationeel moeten zijn. Voor de sociale partners blijft de SERV hét advies- en overlegorgaan voor het Vlaams beleid.

In de voor ons relevante SAR’s willen we wel vertegenwoordigd zijn of blijven, zoals in de Minaraad (de Milieu Raad), de VLOR (Vlaamse Onderwijs Raad) en de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid. Met die adviesraden willen we duidelijke werkafspraken maken.”

Wat is de SERV?

De Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen.

De Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) is het overleg- en adviesorgaan van de Vlaamse sociale partners.

In de SERV zetelen:

  • 10 vertegenwoordigers van de werkgeversorganisaties:
    (Voka -Vlaams Economisch Verbond, UNIZO - Unie van Zelfstandige Ondernemers, Boerenbond en VCSPO - Vlaamse Confederatie van Social Profit Ondernemingen)
  • tien vertegenwoordigers van de werknemersorganisaties (ABVV, ACV en ACLVB).

De SERV is in de eerste plaats het overlegorgaan waar sociale partners elkaar ontmoeten.
Ze bepalen er hun gezamenlijk standpunt en formuleren er aanbevelingen en adviezen.
De representatieve samenstelling geeft de SERV een stevige maatschappelijke verankering.

In de loop der jaren werden tal van commissies bij de SERV ondergebracht.

  • Al van bij zijn oprichting ‘huisvest’ de SERV de Stichting Technologie Vlaanderen (STV), die nu STV-Innovatie & Arbeid heet.
  • De SERV verzorgt het secretariaat van VESOC (Vlaams Economisch en Sociaal Overlegcomité) en zorgt voor de ondersteuning van o.a. de Vlaamse Havencommissie, de Vlaamse Luchthavencommissie, de commissie Diversiteit, de adviescommissie Private Arbeidsbemiddeling en van de sectorcommissies.

De SERV werkt samen met sociale partners en sectoren ook aan beroepsprofielen en beroepenstructuren.

Het Dagelijks Bestuur van de SERV bestaat uit telkens één vertegenwoordiger van de vier grootste Vlaamse sociale partners: ABVV, ACV, UNIZO en VOKA.

Het mandaat van Voorzitter en Ondervoorzitter van de SERV - en van het Dagelijks Bestuur - wordt volgens een beurtrol elk jaar bekleed door een andere afgevaardigde van respectievelijk een werkgevers- en werknemersorganisatie in het Dagelijks Bestuur van de SERV. De Voorzitter en Ondervoorzitter kunnen nooit tegelijkertijd uit de werkgevers- of de werknemersgroep komen.

De SERV-voorzitter voor 2007 is Caroline Copers, algemeen secretaris van het Vlaams ABVV.

Contact

  • Caroline Copers - Algemeen Secretaris - 02 506 82 06

Andere sites

Zoek op trefwoord

SERV